The Press Junction.
The Press Junction.
12 mei 2026

EU verbiedt bedrijven voortaan om onverkochte, nieuwe kleding te vernietigen

©Parker Burchfield via Unsplash

Elk jaar worden in de Europese Unie miljoenen nieuwe kledingstukken vernietigd zonder ooit te zijn gedragen. Een absurditeit die de planeet ongeveer 5,6 miljoen ton CO₂‑uitstoot per jaar kost – een hoeveelheid die vergelijkbaar is met de volledige koolstofvoetafdruk van Zweden. Maar nu heeft Brussel eindelijk besloten om deze praktijk een halt toe te roepen met duidelijke en bindende regels.

Het probleem van onverkochte kleding

Volgens schattingen van de Europese Commissie wordt tussen de 4 en 9% van de onverkochte textielproducten vernietigd nog voordat ze de consument bereiken. Achter elk vernietigd kledingstuk gaan echter ook water, energie, grondstoffen en arbeid verloren. Het gaat dus niet alleen om kleding, maar ook om natuurlijke hulpbronnen die voor niets worden verbruikt, in een tijd waarin de klimaatcrisis om een radicale koerswijziging vraagt.

Het fenomeen heeft zowel te maken met de overproductie die kenmerkend is voor fast fashion als met de explosieve groei van e‑commerce. In Duitsland worden bijvoorbeeld elk jaar bijna 20 miljoen artikelen die online door klanten zijn geretourneerd vernietigd in plaats van opnieuw verkocht. In Frankrijk belandt jaarlijks voor 630 miljoen euro aan onverkochte producten in de vuilnisbak.

De nieuwe regels

Met de vaststelling van de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen bij de Verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR) heeft de Europese Commissie concrete maatregelen ingevoerd om het tij te keren. Vanaf 19 juli 2026 mogen grote modemerken die actief zijn in de EU niet langer naar believen onverkochte kleding, accessoires en schoenen vernietigen. Middelgrote bedrijven krijgen tot 2030 de tijd om zich aan te passen.

Vernietiging zal alleen nog zijn toegestaan in uitzonderlijke, goed gemotiveerde gevallen: beschadigde producten, veiligheidsredenen of andere specifieke situaties die door de nationale autoriteiten zullen worden gecontroleerd. In alle andere gevallen moeten bedrijven duurzame alternatieven zoeken.

Naast het verbod komt er een transparantieplicht. Grote bedrijven worden verplicht de hoeveelheden onverkochte consumptiegoederen die zij afvoeren openbaar te maken; voor middelgrote ondernemingen gaat ook deze verplichting in vanaf 2030. De Commissie heeft een gestandaardiseerd format ingevoerd om deze rapportage te vergemakkelijken, dat in februari 2027 van kracht gaat.

Het doel van de nieuwe verordening is tweeledig: enerzijds de feitelijke omvang van het fenomeen in kaart brengen, anderzijds bedrijven ertoe aanzetten hun productie‑ en distributiemodellen te herzien.

Op weg naar een circulaire textielindustrie

De nieuwe regels stimuleren bedrijven om hun voorraden efficiënter te beheren en om alternatieven voor vernietiging te verkennen: doorverkoop, refurbishen, donatie, hergebruik. Het gaat om een mentaliteitsverandering die bedrijven beloont die echt in duurzaamheid investeren en zorgt voor eerlijkere concurrentievoorwaarden op de markt.

De textielsector loopt voorop in de transitie naar duurzaamheid, maar er zijn nog steeds uitdagingen. De afvalcijfers laten zien dat actie nodig is, verklaarde Jessika Roswall, Europees commissaris voor Milieu. Met deze nieuwe maatregelen wordt de textielsector versterkt om dichter naar duurzame en circulaire praktijken toe te groeien, en kunnen we onze concurrentiekracht vergroten en onze afhankelijkheden verminderen.

De ESPR heeft tot doel de producten op de Europese markt duurzamer, herbruikbaarder en beter recycleerbaar te maken, en tegelijk de efficiëntie en circulariteit van het gehele systeem te vergroten.

Natuurlijk lossen deze regels niet in één klap alle problemen van de mode‑industrie op, maar ze vormen wel een belangrijk politiek signaal. Het tijdperk van gelegaliseerde verspilling loopt ten einde. Bedrijven die blijven overproduceren zullen de verantwoordelijkheid moeten nemen om op een duurzame manier om te gaan met wat ze niet verkopen, zonder de milieukosten af te wentelen op de samenleving.

Delen: