Europees Parlement versoepelt regels voor uitwijzing asielzoekers naar derde landen zonder connectie
Een door het Europees Parlement goedgekeerde wetswijziging maakt het voor EU‑lidstaten mogelijk om asielzoekers over te brengen naar landen waarmee zij geen enkele bestaande band hebben.
Het Europees Parlement heeft dinsdag een wetswijziging goedgekeurd die ertoe kan leiden dat asielzoekers die in de Europese Unie aankomen, vóór de behandeling van hun verzoek worden overgebracht naar derde landen waarmee zij geen enkele relatie hebben.
De wijziging van het concept van het “veilig derde land”, opgenomen in de Asylum Procedure Regulation (APR, Asielprocedureregeling), schrapt de vereiste dat er een band moet bestaan tussen een asielzoeker en het land waarnaar hij of zij wordt overgebracht. Daardoor kunnen nationale autoriteiten mensen sturen naar staten waar zij nog nooit zijn geweest.
Dit effent het pad voor akkoorden tussen EU‑lidstaten en derde landen die migranten uit Europa opnemen in ruil voor geld, vergelijkbaar met de regeling die de vorige Britse regering nastreefde met Rwanda.
Het Britse hoogste rechtscollege blokkeerde dat project, waarna de huidige regering het volledig introk.
In de EU‑verordening staat nu dat asielzoekers in principe naar elk land ter wereld kunnen worden overgebracht, op voorwaarde dat er een akkoord of regeling met een EU‑lidstaat bestaat en dat het land als “veilig” wordt beschouwd. Dat betekent dat iemand die daar internationale bescherming zoekt, volgens de “internationale normen” zal worden behandeld.
Tot de waarborgen behoren bescherming van asielzoekers tegen vervolging en ernstige schade, naleving van het verbod op gedwongen terugkeer, de mogelijkheid om doeltreffende bescherming te krijgen krachtens het Vluchtelingenverdrag van Genève, en toegang tot een functionerend asielsysteem, waarbij naast verblijfsrechten ook toegang tot onderwijs en werkvergunningen wordt verleend.
Deze nieuwe bepaling zal niet gelden voor alleenreizende minderjarigen. Hun asielaanvragen worden nog steeds behandeld door Europese landen of door landen waarmee zij een band hebben of waar zij doorheen zijn gereisd.
"Deze stemming zal EU‑lidstaten in staat stellen om echt op een andere manier dan voorheen samen te werken met derde landen", zei de Duitse Europarlementariër Lena Düpont, rapporteur voor het dossier. Zij stelt dat de wijziging in overeenstemming is met het internationaal recht en voorkomt dat asielaanvragen nog lange tijd door de Europese asielstelsels blijven lopen.
Verdeeld Parlement
De wijziging werd in het Europees Parlement aangenomen met 396 stemmen voor, 226 tegen en 30 onthoudingen.
De Europese Volkspartij (EVP) sloeg de handen ineen met de rechts-conservatieve European Conservatives and Reformists (ECR) en de radicaalrechtse Patriots for Europe (PfE) en Europe of Sovereign Nations (ESN) om de wet goed te keuren. Daartegenover stemden de sociaaldemocratische fractie Socialists and Democrats (S&D) en Renew Europe overwegend tegen, met enkele dissidenten.
De stemming deed zo het parlementaire bondgenootschap dat de Commissie‑Von der Leyen ondersteunt, uiteenvallen – een patroon dat zich in deze zittingsperiode bij vrijwel alle migratiedossiers heeft herhaald.
Sommige linkse en liberale Europarlementariërs namen zelfs een “minderheidsstandpunt” in, waarin het nieuwe concept van een veilig derde land als “bijzonder problematisch” wordt bestempeld. Volgens hen zorgt het schrappen van het band‑criterium voor “het risico dat derde landen het instrumentaliseren”.
“Elk land dat geld kan gebruiken, zou bereid zijn dit soort akkoord of regeling [met EU‑lidstaten] te sluiten. We hebben al gezien wat er gebeurt wanneer die derde landen vervolgens meer willen. Dan chanteren ze Europa”, zei S&D‑Europarlementariër Cecilia Strada tegen Euronews.
Volgens haar is de wetswijziging “geen goed idee, niet alleen voor de grondrechten van asielzoekers, maar ook voor onze democratieën”.
Gelijkaardige zorgen werden geuit door organisaties uit het maatschappelijk middenveld. De European Council on Refugees and Exiles (ECRE) acht de kansen voor asielzoekers om in derde landen adequate bescherming te krijgen twijfelachtig en stelt dat de nieuwe wetgeving de risico’s vergroot voor kwetsbare groepen, zoals mensen die geweld overleefden en LGBTQ+‑personen.
ECRE heeft ook kritiek op het schrappen van het automatisch schorsende effect van beroep in de nieuwe verordening. Daardoor kunnen mensen mogelijk al buiten de EU worden overgebracht voordat een rechter heeft kunnen nagaan of de wet correct is toegepast.
Het Parlement keurde dinsdag ook de eerste EU‑lijst van "veilige landen van herkomst" goed voor asieldoeleinden. Op de lijst staan Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië, plus alle kandidaat‑lidstaten van de EU, met uitzondering van Oekraïne.
Het concept van “veilig land van herkomst” verschilt van dat van “veilig derde land”, maar is eveneens bedoeld om de asielprocedure in Europa te versnellen.
Volgens het EU‑recht worden de aanvragen van migranten die de nationaliteit hebben van een van de landen die als “veilig land van herkomst” zijn aangemerkt, behandeld in versnelde procedures.
(©Euronews 2026/Managing Editor: Benjamin Sluis - The Press Junction/Illustratie: ©Nikita Sinyaev via Unsplash)
Kremlin hint op “naderend einde” van oorlog in Oekraïne
- 12 mei 2026 12:40
