IEA roept op: ‘Snel oliegebruik beperken, thuiswerken en minder vliegen’
Nu de oorlog in het olierijke Midden-Oosten verder escaleert, roept het Internationaal Energieagentschap (IEA) regeringen op maatregelen te nemen om de vraag naar olie te drukken, onder meer door thuiswerken te bevorderen, snelheid op de weg te verlagen en mensen te stimuleren over te stappen op het openbaar vervoer.
Regeringen worden aangespoord om thuiswerken te stimuleren, maximumsnelheden te verlagen en een verschuiving richting openbaar vervoer aan te moedigen, eventueel aangevuld met beperkingen op autogebruik in grote steden. Dat staat in een rapport van het Internationaal Energieagentschap (IEA), dat wijst op de "dramatische" verstoring van de mondiale olievoorziening door de sluiting van de Straat van Hormuz.
Sinds de Verenigde Staten en Israël op 28 februari militaire aanvallen op Iran hebben uitgevoerd, is de olieprijs boven de 100 dollar per vat gestegen, wat economieën aan het wankelen brengt en de kwetsbaarheid van de energiemarkten blootlegt.
Analisten speculeren dat de prijs kan oplopen tot 200 dollar per vat, aangezien er geen tekenen van de-escalatie zijn, ondanks politieke gesprekken over een mogelijke maritieme missie om schepen door de Straat van Hormuz te escorteren. Dat idee werd geopperd door de Amerikaanse president Donald Trump en later door de Franse president Emmanuel Macron, maar onlangs van de hand gewezen door Arsenio Dominguez, het hoofd van de Internationale Maritieme Organisatie, die naar veiligheidsrisico's verwees.
Het IEA omschrijft de huidige verstoring als de "grootste aanbodschok in de moderne geschiedenis", veroorzaakt door de oplopende spanningen in het Midden-Oosten, die in feite een cruciale handelsroute hebben lamgelegd. Die passage is goed voor 20% van de mondiale olieproductie en -transport, zo'n 15 miljoen vaten ruwe olie en 5 miljoen vaten olieproducten per dag.
"Het hervatten van de doorvaart door de Straat van Hormuz is de allerbelangrijkste stap om terug te keren naar stabiele olie- en gasstromen en de druk op markten en prijzen te verlichten", zo waarschuwt het IEA-rapport. "In de tussentijd nemen landen wereldwijd een reeks maatregelen om het aanbod te vergroten en de impact van scherpe prijsstijgingen op consumenten te beperken."
Thuiswerken, lagere snelheid, minder vliegen
Thuiswerken, lagere snelheden op autosnelwegen, meer gebruik van openbaar vervoer, autodelen en zuiniger rijgedrag kunnen het brandstofverbruik snel terugdringen, stelt het IEA. Het agentschap wil dat regeringen dergelijke maatregelen actief stimuleren om de vraag naar olie omlaag te krijgen.
Wegvervoer is goed voor ongeveer 45% van de wereldwijde vraag naar olie, al loopt dat aandeel sterk uiteen — van circa een derde in Zuid-Korea tot wel twee derde in delen van Europa en Latijns-Amerika. In rijkere economieën zijn personenauto's de grootste factor en nemen zij zo'n 60% van het energieverbruik op de weg voor hun rekening.
Maar de strategie van het IEA reikt verder dan het wegverkeer.
Het in Parijs gevestigde agentschap stelt ook dat het beperken van vliegreizen, waar alternatieven beschikbaar zijn, aanzienlijke besparingen kan opleveren. Op korte termijn zouden zakenreizen per vliegtuig alleen al met zo'n 40% kunnen worden teruggedrongen. Als bedrijven wereldwijd hun dienstreizen verminderen, kan de vraag naar vliegtuigbrandstof daarmee met 7% tot 15% dalen.
Als reactie op de aanhoudende wereldwijde crisis hebben verschillende landen thuiswerken uitgebreid. De Filipijnen en Pakistan hebben een vierdaagse werkweek ingevoerd voor ambtenaren, terwijl Sri Lanka op woensdag overheidskantoren sluit.
Lao PDR, Thailand en Vietnam promoten actief werken vanuit huis. Vergelijkbare maatregelen waren in heel Europa te zien tijdens de energiecrisis van 2022–23, toen overheden werknemers eveneens vroegen thuis te blijven om de vraag naar olie te drukken.
Leveringsrisico's doemen op
Ondanks de vrijgave van noodvoorraden ter waarde van 400 miljoen vaten waarschuwen beleidsmakers dat de wereld niet uitsluitend op extra aanbod kan vertrouwen om de markten te stabiliseren. In een volatiele en onzekere markt benadrukt het IEA dat de wereld zich niet simpelweg uit een olieschok kan produceren — het verbruik moet omlaag.
Het is de zesde keer dat de lidstaten van het IEA sinds de oprichting van het agentschap in 1974 gecoördineerd in actie komen om de oliemarkten te stabiliseren. Eerdere gezamenlijke ingrepen vonden plaats in 1991, 2005, 2011 en twee keer in 2022.
Johannes Rauball, senior analist ruwe olie bij handelsinformatiefirma Kpler, stelt dat als de Straat van Hormuz nog eens twee maanden gesloten blijft, de leveringsrisico's "fors zullen toenemen".
"De laatste vaten uit het Midden-Oosten die onderweg zijn naar Europa komen nog aan, dus de directe impact van lagere stromen uit het Midden-Oosten is nog niet volledig zichtbaar", zei Rauball tegen Euronews.
Die verhoogde kosten kunnen Europese raffinaderijen in een rampscenario ernstig onder druk zetten, aldus Rauball, met waarschijnlijk vraaguitval en gedwongen productieverlagingen tot gevolg, omdat ruwe olie als grondstof onbetaalbaar wordt.
"De huidige crisis dreigt de grootste verstoring van de aanvoer van ruwe olie in de geschiedenis van de mondiale oliemarkt te worden. Het mogelijke wegvallen van ongeveer 10 miljoen vaten ruwe olie en condensaat uit het Midden-Oosten — grofweg 10% van het wereldwijde verbruik — vormt een scherpe, kortdurende schok", zei Rauball.
Meer dan alleen olievraag
De huidige crisis, aldus het agentschap, gaat veel verder dan olie en omvat ook verstoringen in de aanvoer van aardgas, met gevolgen voor de elektriciteitszekerheid en -prijzen.
Het IEA waarschuwde bovendien dat stijgende energiekosten het hardst kunnen aankomen bij de armste huishoudens, en riep regeringen op gerichte financiële steun te bieden om de klap te verzachten.
In de Europese Unie kwamen de leiders donderdag bijeen op een belangrijk topoverleg om te praten over kortetermijnmaatregelen om de elektriciteitsrekeningen van consumenten te verlichten, waaronder nationale belastingen, netwerkkosten en koolstofheffingen.
Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen erkende dat de oorlog tegen Iran een "direct effect" heeft op energie.
EU-leiders hebben tot nu toe herhaald dat de EU27 in de eerste plaats kampt met een energieprijzencisis. Maar voor het eerst zei von der Leyen donderdag tegen verslaggevers, zonder verder in detail te treden, dat de huidige crisis "vragen oproept over toekomstige leveringsrisico's", en voegde daaraan toe: "we moeten in actie komen".
(©Euronews 2026 / Managing Editor: Martina Ribeiro - The Press Junction / Picture: ©fr0ggy5 via Unsplash)
Kremlin hint op “naderend einde” van oorlog in Oekraïne
- 12 mei 2026 12:40
