Italië en Japan gaan strategisch partnerschap aan tijdens ontmoeting Meloni–Takaichi in Tokio
Het partnerschap tussen Italië en Japan – hun op twee na grootste handelspartner in Azië – draait om defensie en veiligheid, economische veiligheid en kritieke mineralen, en samenwerking in Afrika.
De Italiaanse premier Giorgia Meloni en haar Japanse ambtgenoot Sanae Takaichi hebben de onderlinge relatie vrijdag opgewaardeerd tot een "bijzonder strategisch partnerschap", met de nadruk op toeleveringsketens voor kritieke mineralen en defensiesamenwerking, terwijl beide landen hun afhankelijkheid van China willen verkleinen.
De ontmoeting in Tokio markeerde de 160ste verjaardag van de diplomatieke betrekkingen en was Meloni’s derde bezoek aan Japan sinds zij in 2022 premier werd.
Japan wordt geconfronteerd met toenemende spanningen met China over Taiwan en de levering van zeldzame aardmetalen. Takaichi deed uitspraken over de verdediging van Taiwan, waarna Peking de exportcontroles op kritieke mineralen aanscherpte.
China is goed voor ongeveer 70% van de wereldwijde productie van zeldzame aardmetalen en meer dan 90% van de verwerkingscapaciteit.
"We zijn het erover eens dat samenwerking om de veerkracht van onze toeleveringsketens voor kritieke mineralen te versterken van het grootste belang is”, zei Takaichi tegen verslaggevers.
De leiders spraken hun "krachtige verzet uit tegen iedere eenzijdige poging om de status quo met geweld of dwang te veranderen in de Oost- en Zuid-Chinese Zee”, een verwijzing naar Chinese territoriale aanspraken, en ze veroordeelden de nucleaire programma’s van Noord-Korea en diens militaire samenwerking met Rusland.
Jachtvliegtuig van de zesde generatie als speerpunt
De bilaterale handel tussen Italië en Japan – voor de Italianen hun op twee na grootste handelspartner in Azië – bedroeg in 2024 ongeveer 11,6 miljard dollar (circa 10 miljard euro).
Italiaanse investeringen in Japan kwamen in 2024 uit op 2,36 miljard euro, terwijl Japanse investeringen in Italië de 3,7 miljard euro overstegen.
Het partnerschap richt zich op defensie en veiligheid, economische veiligheid en kritieke mineralen, en samenwerking in Afrika.
De defensiesamenwerking draait vooral om het Global Combat Air Programme, een trilateraal project met het Verenigd Koninkrijk om tegen 2035 een gevechtsvliegtuig van de zesde generatie te ontwikkelen.
Het Verenigd Koninkrijk heeft sinds 2021 zo’n 2 miljard pond (2,3 miljard euro) toegezegd aan GCAP en ruim 12 miljard pond (13,9 miljard euro) begroot voor het komende decennium. Verwacht wordt dat Japan en het VK elk ongeveer 40% van de kosten dragen en Italië zo’n 20%, aldus uitgelekte programmagegevens.
Het toestel zal de Eurofighter Typhoon voor het Verenigd Koninkrijk en Italië vervangen en de Mitsubishi F-2 voor Japan. Het programma beoogt een stealthjager met geavanceerde sensoren, elektronische oorlogsvoeringscapaciteiten en de mogelijkheid om onbemande gevechtsdrones aan te sturen.
"GCAP is niet alleen een project om onze defensie te versterken, het is ook een project om onze industriële en technologische basis te versterken", zei Meloni, die het leveringsdoel van 2035 bevestigde.
Het programma verloopt tot nu toe soepeler dan Europa’s Future Combat Air System, onder leiding van Frankrijk, Duitsland en Spanje, dat geplaagd wordt door meningsverschillen.
De economische veiligheidsdimensie van het partnerschap richt zich op het veiligstellen van aanvoerketens voor zeldzame aardmetalen en andere kritieke mineralen die essentieel zijn voor defensiesystemen, halfgeleiders en elektrische voertuigen.
Relatie groeit uit tot ‘hechte vriendschap’
In hun gemeenschappelijke verklaring spraken de leiders "diepe bezorgdheid uit over alle vormen van economische dwang en het gebruik van niet-marktconforme beleidsmaatregelen en praktijken, en het gebruik van exportrestricties die mondiale toeleveringsketens verstoren" – taal die zowel is gericht op de Chinese exportcontroles als op het protectionisme van Washington onder de Amerikaanse president Donald Trump.
De Italiaanse aanpak draait om het Mattei-plan voor Afrika, een initiatief van 5,5 miljard euro dat in januari 2024 werd gelanceerd en zich richt op energie-, infrastructuur- en mijnbouwprojecten in negen Afrikaanse landen.
Het plan is genoemd naar Enrico Mattei, de oprichter van energiereus ENI, die Afrikaanse olieproducenten in de jaren vijftig gunstigere voorwaarden bood dan westerse concurrenten.
De Italiaanse schuldquote van zo’n 137% van het bbp beperkt de financiële armslag van Rome, waardoor het land aangewezen is op middelen uit het EU-programma Global Gateway voor cofinanciering.
De opwaardering komt ook op een moment dat zowel Meloni als Takaichi moeten laveren rond een onvoorspelbaar Amerikaans buitenlandbeleid onder Trump. Italië en Japan waren traditioneel sterk afhankelijk van Washington voor defensiepartnerschappen, maar werken eraan hun afhankelijkheid van Amerikaanse programma’s te verkleinen, onder meer via GCAP.
Meloni en Takaichi zijn de enige twee vrouwelijke leiders van de G7-landen en de eerste vrouwen aan het hoofd van hun respectieve landen. Beiden staan aan het hoofd van conservatieve partijen.
"Ik ben erg blij dat ik vandaag hier in Tokio ben, samen met Sanae Takaichi. We kennen elkaar nog maar kort, maar tussen ons is meteen een relatie ontstaan die gebaseerd is op een bijzondere verstandhouding, en ik denk dat die relatie zich snel ontwikkelt tot een hechte vriendschap, ook op persoonlijk vlak", zei Meloni.
Meloni zet haar Aziëreis voort met een bezoek aan Zuid-Korea, waar zij president Lee Jae-myung zal ontmoeten.
(BS/©Euronews/vertaling en adaptatie: The Press Junction/Illustratie: Christopher Politano via Unsplash)
Kremlin hint op “naderend einde” van oorlog in Oekraïne
- 12 mei 2026 12:40
