The Press Junction.
The Press Junction.
12 mei 2026

Terugkeer migranten: welke EU-landen voeren meer repatriaties uit?

©Moayad Zaghdani via Unsplash

Het aantal teruggestuurde migranten is met bijna een vijfde gestegen, maar er gaapt nog altijd een groot gat tussen het aantal uitgevaardigde terugkeerbesluiten en het aantal dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

Steeds meer migranten in de EU worden teruggestuurd naar hun land van herkomst of eldersheen overgebracht, zo blijkt uit de nieuwste Eurostat-cijfers.

In het derde kwartaal van 2025 werden bijna 42.000 niet-EU-burgers door lidstaten uitgezet.

Dat is een stijging van 19% ten opzichte van dezelfde periode in 2024, toen de lidstaten ongeveer 35.000 repatriaties uitvoerden.

De overgrote meerderheid (82%) verliet de Europese Unie, terwijl circa 18% van deze terugkeerbewegingen plaatsvond naar andere EU-landen.

Onder de lidstaten heeft Duitsland zijn operaties duidelijk opgeschaald.

In het afgelopen jaar heeft Berlijn het aantal terugkeerprocedures verdrievoudigd tot bijna 12.000 in het derde kwartaal van 2025, en gaat daarmee Frankrijk (met bijna 5.000) en de rest van de EU voorbij.

Buurland België lijkt een vergelijkbare koers te varen: het aantal terugkeerbesluiten voor niet-EU-burgers is daar bijna verdubbeld van 730 in het derde kwartaal van 2024 naar 1.210 in hetzelfde kwartaal van 2025.

Welke nationaliteiten worden het meest teruggestuurd?

In de hele EU werden in het derde kwartaal van 2025 de meeste repatriaties uitgevoerd onder Algerijnen (12.325) en Marokkanen (6.670).

Vergeleken met het voorgaande kwartaal namen de terugkeerpercentages het sterkst toe bij Turkse staatsburgers (+15%), Syriërs (+9%), Russen (+7%), Georgiërs (+5%) en Albanezen (+2%).

Volgens Eurostat werd 40% van alle terugkeerprocedures aangemerkt als “gedwongen”, wat betekent dat een aanzienlijk deel van de mensen met een terugkeerbesluit niet vrijwillig vertrok, maar op de een of andere manier tot vertrek werd gedwongen.

Deze cijfers lopen echter sterk uiteen binnen de EU

Denemarken kent het hoogste aandeel gedwongen terugkeer (91%), gevolgd door Roemenië (82%) en Bulgarije (80%).

Italië rapporteert zelfs een nog hoger aandeel — 100%. Zo’n afgerond cijfer kan er echter op wijzen dat er verschillen zijn in de manier waarop EU-landen rapporteren, tegen de achtergrond van gefragmenteerde terugkeerprocedures.

Volgens Eurostat gaat bij ongeveer 77% van alle terugkeerprocedures een vorm van financiële ondersteuning gepaard. Denk aan hulp bij de aanschaf van tickets of contante toelagen bij vertrek of aankomst.

Waarom wordt maar een beperkt deel van de terugkeerbesluiten uitgevoerd?

Er is een aanzienlijk verschil tussen het aantal terugkeerbesluiten dat lidstaten uitvaardigen en het aantal dat uiteindelijk wordt uitgevoerd: 41.890, ofwel zo’n 36% van het totaal.

Zo gaf Frankrijk bijvoorbeeld de meeste besluiten af — bijna 34.000 in het derde kwartaal van 2025. Daarvan werd uiteindelijk slechts 14% ten uitvoer gelegd, een percentage dat vergelijkbaar is met dat van Griekenland (14%) en Spanje (13%).

Dat onderscheid laat zich door meerdere factoren verklaren

In sommige gevallen lukt het de autoriteiten immers niet om de herkomststaat van een migrant vast te stellen. In andere worden terugkeerprocedures uitgesteld of opgeschort vanwege gezondheidsproblemen, of omdat het om een niet-begeleide minderjarige gaat.

Begin december hebben de EU-landen ontwerpwetgeving goedgekeurd die tot doel heeft terugkeerprocedures te versnellen.

Binnen dit nieuwe kader mogen lidstaten bilaterale akkoorden sluiten met derde landen om daar migrantenhubs op te zetten.

Deze centra zouden worden gebruikt om migranten op te vangen terwijl hun asielaanvragen worden behandeld en hun verblijfsstatus wordt gecontroleerd.

Mensenrechtenorganisaties waarschuwen echter dat het verplaatsen van deze centra buiten EU-grondgebied kan leiden tot illegaal terugsturen en willekeurige detentie.
 

Delen: